Achterhoek Ancestors
Notes
Matches 3,001 to 3,050 of 4,561
| # | Notes | Linked to |
|---|---|---|
| 3001 | in de kantlijn staat: spurig | Wassinck, Enneken (I17413)
|
| 3002 | In de kantlijn staat: spurig. | Rauwerdinck, Jenneken (I12583)
|
| 3003 | In de kantlijn staat: verklaert vader te sijn | te Zijpe, Jenneken (I10736)
|
| 3004 | in de liberale gifte van 1748 staat vermeld dat zij naar Zutphen is vertrokken | van Nijkerk, Johanna (I257)
|
| 3005 | In de lijst met emigranten staat zij als 'Janna Graven' maar uit haar huwelijksakte en overlijdensakte van haar zoon blijkt dat ze Hendrika heet. | Graven, Hendrika (I43117)
|
| 3006 | In de lijst met emigranten uit Dinxperlo stond Rio Grande do Sul in Brazilie als emigratiebestemming. Ze komt echter in Alto, Wisconsin terecht. | ter Horst, Johanna (I26592)
|
| 3007 | In de lijst met emigranten uit Dinxperlo stond Rio Grande do Sul in Brazilie als emigratiebestemming. Ze komt echter in Alto, Wisconsin terecht. | ter Horst, Hendrina Hendrietta (I49368)
|
| 3008 | In de lijst van emigranten tussen 1851 en 1861 komt zij ook voor, volgens die lijst is ze reeds in 1850 vertrokken. Als adres staat niet Dorp 267, maar 268. Dit kan een gevolg zijn van omnummering voor de nieuwe bevolkingsregisters. | ten Haken, Johanna Berendina (I8104)
|
| 3009 | In de lijst van emigranten uit Dinxperlo komen de volgende personen voor die vertrokken vanaf 'Weelink': Willem Kastein, geb. 12-10-1814 Aleida Ramaker, geb. 18-11-1813 Hendrika Willemina Kastein, geb. 19-4-1839 Gerrit Jan Kastein, geb. 4-9-1840 Janna Geertruid Kastein, geb. 10-2-1842 Johan Arnold Kastein, geb. 3-2-1843 Wesselina Berendina Kastein, geb. 12-10-1844 Hendrik Jan Kastein, geb. 22-8-1846 Zij zijn op 2 juli 1869 vertrokken, bijna twee jaar later dan zijn broer Roelof. In 1870 wonen ze in Alto, Wisconsin. Bron: Alto, Fond du Lac county, WI 1870 census records, http://www.ancestry.com | Family: Willem Kastein / Aleida Rademaker (F1703)
|
| 3010 | In de lijst van emigranten uit Dinxperlo komen de volgende personen voor die vertrokken vanaf 'Weelink': Willem Kastein, geb. 12-10-1814 Hendrika Willemina Kastein, geb. 19-4-1839 Gerrit Jan Kastein, geb. 4-9-1840 Janna Geertruid Kastein, geb. 10-2-1842 Johan Arnold Kastein, geb. 3-2-1843 Wesselina Berendina Kastein, geb. 12-10-1844 Hendrik Jan Kastein, geb. 22-8-1846 Zij zijn op 2 juli 1869 vertrokken, bijna twee jaar later dan zijn broer Roelof. | Kastein, Willem (I3830)
|
| 3011 | In de lijst van emigranten Winterswijk 1837-1851 komt een Herman Rauwerdink voor met dezelfde geboortedatum van dezelfde boerderij. Waarschijnlijk is dit een lees/schrijffout voor Hanna. | Rauwerdink, Hanna (I29993)
|
| 3012 | In de marge: de Novo. | Wiggers, Stijne (I2130)
|
| 3013 | In de monsterlijsten van het leger staat aangetekend dat hij op 7 november 1871 aan 'Typhoid fever' (typhus) is overleden in St. Louis, Mo. Bron: US Army register of enlistments 1871-1877, http://www.ancestry.com | Maas, Derk Willem (I41443)
|
| 3014 | In de ouderdam van 88 jaren. | Galenus, Sara Christina (I16025)
|
| 3015 | In de overlijdensakte staat dat haar moeder in Rochester in Noord-Amerika woont. | Sikkink, Dora (I14982)
|
| 3016 | In de overlijdensakte van haar dochter Johanna Brussen wordt zij Aaltjen Laarder genoemd. | te Laar, Lijsken (I3499)
|
| 3017 | In de rentmeestersrekeningen over 1534-1535 staat de volgende vermelding: Opkumpsten van hoffluede In desen Jaer Thonyss Wyllinck gehylickt met consent In de echte die man domino eyn punt peppers ghesat op 16 st.br. die vrouwe eyn punt wasses op 3 str. br. 19 str.br. Bron: Rentmeestersrekening 1534-1537 van Gerryt van Berrynchem Hofboek Bredevoort 1536: Thonijs Wijllinck Fia uxor in de echte gehilickt hebben hoir hoffrecht verwaert Dno en den amptman t hoer. | Family: Tonnis Willinck / Fia (F739)
|
| 3018 | In de transcriptie staat 3 maart maar uit de context blijkt dat dit april moet zijn. | Bengevoort, Janna Christina (I33898)
|
| 3019 | In de transcriptie staat hij vermeld als Leenert, nalezen in originele akte (=Eevert). | Family: Evert te Hones / Hijndersken ter Hoorne (F1404)
|
| 3020 | In de volontaire protocollen van Bredevoort staat tussen 11-2-1718 en 26-2-1718 de handtekening van Goosen van Nijkerken, gedateerd 21-6-1721. Het is meer een merk, bestaande uit twee krommen, die samen een liggende ovaal vormen. Goossen en Margaretha hebben twee kinderen verloren. Op 6 juli 1724 en 15 februari 1732 worden er kinderen van Goosen van Nijkerken in Winterswijk begraven. In 1748 wonen Goossen en Margaretha in het dorp Winterswijk. Ze wonen in het rot van Derk scholten, rot 3 in huis nr. 3 in de kamer. Goossen van Nijkerken, 62 j., de vrouw Margaretha 58 j., Soons Berent 22 j., Jan Hendrik 18 j., Dogter Janna 21 j. 8 kinderen, 6 over de 16 j., 3 bij hem in huis. Eedt gedaen onder de 500 Glns, iets gegeven. Jan Hendrik van Nijkerken juravit onder de 500 Glns. iets gegeven. Mede voor sijn suster Johanna van Nijkerken, nae Zutphen getrokken. Zijn zoons Jan Hendrik en Berent worden resp. in 1763 en 1750 als Basen Sonen in het Winterswijkse weversgilde opgenomen. Bron: Das Lib. Gifte Dorp rot 3, nr. 3 | Family: Goossen van Nijkerk / Margaretha Wiggers (F61)
|
| 3021 | In de weekrapporten van de politie Winterswijk staat het volgende vermeld: 4 sept. 1823: Gerrit Jan Vonhof, timmerman in Winterswijk heeft den 4 dezer kennis gegeven dat hem de vorige dag was ontstolen een bedlaken hetwelk zijne vrouw met mand en linnen goed dat zij gewasschen had op hunnen zegge ten droging had gehangen. Hiervan proces verbaal opgemaakt en aan den Heere Officier gan Justitie ingezonden. Bron: Streekarchief Doetinchem, archief gemeentepolitie Winterswijk, weekrapporten 1817-1826 (inv.nr. 287), fol. 72 | Family: Gerrit Jan Vonhof / Willemina Schreurs (F22)
|
| 3022 | In december 1753 heeft de diaconie van Dries van Eerdens ouste soon ontvangen twintig gl, komende van sijn Oom Wijl: Derk van Eerden. | van Eerden, Derrijck (I1989)
|
| 3023 | In december 1954 is Gerrit Jan 40 jaar in dienst bij de belastingen. Ter gelegenheid hiervan staat er een kort stukje in de Nieuwe Leidsche Courant: Veertig jaar bij de belastingen. Volgende week woensddag hoopt de assistent der rijksbelastingen alhier de heer G.J. Hoitink de dag te herdenken dat hij veertig jaar geleden in 's rijksdienst trad. Gerrit Jan Hoitink werd 10 April 1895 geboren. Na een driejarige militaire loopbaan werd hij in 1918 bij de rijksbelastingen geplaatst met als standplaats Zaandam, waar hij bleef tot 1920. In dat jaar werd hij overgeplaatst naar Eysden om vervolgens in Gennep te werken. In 1922 kwam de jubilaris naar Leiden bij de invoerrechten en accijnzen. In de rang van commies 1e klas werd de heer Hoitink op 16 januari 1925 overgeplaatst naar Oegstgeest waar hij thans de rang van assistent bekleedt. Bron: Nieuwe Leidsche Courant d.d. 11-12-1954. | Hoitink, Gerrit Jan (I43857)
|
| 3024 | In den jaar achttien honderd en één den elfden Maart is overleden Jan Ansink, vrouw en kinderen nagelaten. | Ansink, Jan (I2912)
|
| 3025 | In den jare zeventienhonderd negen en tachtig den agtsten junij is overleden en den tienden daaraanvolgende begraven de weduwe Duenk. | Prins, Elske (I24324)
|
| 3026 | In den jare zeventienhonderd zes en zestig den zeventienden januarij is overleden en den twintigsten daaraanvolgende begraaven Jan Duenk. | Doenck, Jan (I22150)
|
| 3027 | In een brief wordt vermeld dat 'Janna' 6 schilling verdient. Sinds zusje Janna Gesiena waarschijnlijk Geziena wordt genoemd, zal Janna mogelijk Janna Geertruida zijn. | Droppers, Janna Geertruid (I568)
|
| 3028 | In een getuigenverklaring in 1646 verklaart hij ongeveer 67 of 68 jaar oud te zijn. Bron: J.B. te Voortwis: Winterswijk onder het vergrootglas, deel 2 | Smits, Cornelis (I39342)
|
| 3029 | In festi Lentecostes | Boling, Henricus (I20343)
|
| 3030 | In Gen-Lias staat zij bij haar tweede huwelijk per ongeluk als 'Heijnen'. | Meijnen, Aleida (I23642)
|
| 3031 | In Genlias staat dat ze 78 was bij haar overlijden, dat is 9 jaar ouder dan je zou verwachten op basis van haar doop. Toch moet haar doopdatum kloppen want als ze daadwerkelijk 9 jaar eerder geboren was zou ze haar laatste kind gekregen hebben op 50-jarige leeftijd. | Deunk, Gesina (I277)
|
| 3032 | In haar derde huwelijksakte wordt haar moeder Margjen Hendriks genoemd en in haar overlijdensakte Anna van Setten. | Hendriks, Margjen (I44867)
|
| 3033 | In het begraafboek staat: de weduwe Huijtink op Slaa. Waarschijnlijk was dit Geertruid. | Kossink, Geertruid (I211)
|
| 3034 | In het bevolkingsregister van 1820 komt Jan met Aaltjen en de kinderen ook voor. Hij woont dan aan Esselshuis. Moeder Berendina Leurvink woont bij hen in. Zij is in december 1829 68 jaren oud. Als knecht woont bij hen in Dores Lamers. In het bevolkingsregister van 1830 wonen ze in de Heurne. Jan Buitink bezat een huis in Dinxperlo. De kadastrale ligging van B 155. Bron: Bevolkingsregister 1820 Dinxperlo blad 191, 1830 blad 70, Kadaster Dinxperlo | Family: Jan Buitink / Aaltjen Ansink (F778)
|
| 3035 | In het boekje 'Winterswijk in Oorlogstijd' van de heer W.D. Lelieveld staat op bladzijde 21: Op 10 December 1944, 's middags tegen 1 uur, werd de omgeving van het Station door 8 Jabo's aangevallen, waardoor een verschrikkelijke ravage werd veroorzaakt in de Inslagstraat en Kreilstraat. Vele woningen werden totaal vernield. Onder het puin van perceel Inslagstraat 22 werden twee geheel verminkte lijken aangetroffen. Bij identificatie bleken het te zijn B.H. te Winkel en echtgenoote. Bron: Willy Bilderbeek-Lammers: Overlijdensaktes Winterswijk | te Winkel, Johan (I45912)
|
| 3036 | In het Capitular Lagerbuch van Vreden vinden we de beschrijving van alle hofhorige goederen en tevens een opsomming van de bewoners. Stemmerinck i, Kirspell Winterswick, Bauerschafft Kotten. Beschreibung des Guhtes Stemmerinck so am 6ten Julie 1639 durch Herren Pastoren Fabitium und mich Erichen Kotting verzeichnet worden. Das Haus mit einer Schoppen und Spicker, sambt gehoffte mit jungen eichen Bohmen. Den Erbgarten ungefehr 2 Sch. groess den olden garten van 2 sch. geseij Dat Nijelandt ein Kempken 2 sch. ges: Den gorden Camp van 3 Sch. ged. Die Stemmerinck Brack van 3 Molder geseij Den nijen Kamp mit etzlichen jungen eichen Bohmen. Van 3 Scheffel geseij. ItL auff den Brugge Esche die Brede 4 Sch.g. It: Die Vahracker in selbigen Esche 3 Sch.g. It: achter in dem Esche an den heelwaage 4 sch.g. It: Die Kavenstede oder Lifttucht mit ein Huijsken und enen Kamp van 3 Molder geseij mit ein garden. It: in den Stemmert Elsen schrae Weidegrundt an de Beke gelegen. It: Die Stemmert Mathe an den Velde van 1 Foder Hoijgewachs schae grundt. Onera (Abgabe, belasting) des guthes Stemmerinck Die gewöhnliche Pfacht und Pfachtschwein Drei Daler Hoffholtz geld an das Haes Bredeforth Alle 14 Dagen mit den Span to dienen to Bredeforth Ein Scheffel Richt Haber jährlichs, ein vasten Abendts hoen. Ein Scheffel Roggen Missekohrn Dem Vaget 12 Roggen garben Den Custer 6 garben Bron: Jan van Onna: Staemerd Brinkheurne Winterswijk: Drie geslachten Stemerdink Stemerding Steemerd en hun oorsprong Lagerbuch, enthaltend Beschreibung der dem Kapittel zu Vreden gehörigen Pachtgüter, mit Angabe der zu leistenden Pachtangaben über die Jahre 1632-1810. NB. Angelegt 1632 von Pastoren Fabricius, Johannsen Kesselman und Erich Kottinck, Nr. 78, pagina 159 en 160. Der Erbsitzer Berndt, fraw Gertken geheissen, deren kinder Henrich, Johan, noch Johan, Aelken Gertken, Fyeken. (De gegevens over de bewoners komen alleen voor in de kladversie nr. 77, B.b. 1, Blatt 93.) Jovis 14. Octobris 1652 - Stattholder Joost ter Vile , Coernoten Rutger Poelhuis, Evert Cranen Erschenen Bent ter Wocht ende versochte van die E. Rutger Poelhuis ende Evert Cranen deses Gerichts Coernoten relati ad prothocollum in welcker voegen hij Comparant met Berndt Ste(me)rinck wegens den Wegh nae Comparants landt inden Naeten Esch gelegen Daervan tusschen hunluijden questie ende verschil was geresen, overcomen, geaccordeert ende vergeleken is ende dat ad perpetuam rei memoriam. Daerop die Gerequirierde Rutger Poelhuis ende Evert Cranen Coornoten relatierden ende verclaerden, dat ten overstaen van hun gerequirierden ende in bijwesen van Derck ten Bengevoort ende Willem Lobeek Berndt Stemerinck ende Gertken sijn huijsfrouw mitzgaeders Henderick Stemerinck volgende possesseur des goedes Stemerinck ter eener ende den Requirant Berndt ter Wocht ende Berndeken sijn huijsfrouw ter ander sijden, voor haer ende haeren erven, nopende die strijdigheit van den Wegh nae des Requirants Berndts ter Wochts landt gelegen inden Naeten Esch, sich vergeleken ende verdragen hebben in voegen ende manieren als volgt Namentlick dat die Requirant Berndt ter Wocht ende sijne naekomelingen den wegh nae sijn landt gaende over den Stemerinck hoff ende erve altijtt vrij ende onbespiert sall mogen gebruijcken, met plaggen ende mestvahren so voele tott mestinge vant voorss. landt sall nodich sijn ende over tgewas van den lande te vaeren ende oock met waegen ende ploegh tott den bow vant landt oock met beesten te drijven nae t' voorschreven Landt, ende wederom mits dat Requirant offte die sijnighe den goede Stemerinck offte daerop staende Koorngewas ghenen schade sullen toe wahren, waervoor dieselve vlijtige sorge ende opsicht sullen draegen ende hebben gemelte Berndt Stemerinck ende die sijnigen desen te willen achtervolgen ende den Requirant rustelick laeten gebruicken, mett handtastinge angeloofft ende aen gerequirierde als Gerichtzluijden bestediget, alles ter goeder trouwe ende sonder fraude offt argelist geschiet binnen Wenterswick ten huijse van Gerequirierde Rutger Poelhuis opten 31. Augusti 1652. Bron: RAG, RABvt inv.nr. 418 fol. 36, 36v | Family: Berndt Stemerinck / Gertken (F3932)
|
| 3037 | In het diaconieboek van Winterswijk staat de volgende aantekening: Den 26 feb: 1691 Heeft Geert Lemcamp opgenomen luyt het Protocoll, van alsulcke penningen die de Provisorie tot Bredevoort afgelost, ad 400 gul: En die Diaconie van onse Provisorie opgenomen, en ter presentie van Diaconen Joost Trae en Ananias Tjeinck, richtig onfangen Een Capitael ad Guld:150:-:- mits met 5 pro cento te verrenthen. | Lemkamp, Geert (I752)
|
| 3038 | In het doopboek staat vermeld 'mater ex partu' (moeder na de bevalling overleden). | Martens, Lijsbeth (I35992)
|
| 3039 | In het hofboek 1664 wordt Reijner nog als Schulte te Ahave genoemd, in het hofboek van 1665 staat zijn zoon Gijsbert als schulte vermeld. | Grievinck, Reiner (I34489)
|
| 3040 | In het hofboek van 1506 werden vermeld Gert Leverdijnck, Elsken sijn huesfrouwe. | Family: Gert Leverdijnck / Elsken (F8414)
|
| 3041 | In het hofboek van 1506 werden vermeld: Johan Onnekijnck und Grete sijn huesfrouwe. Hofboek 1508: Item de saeke tuijsschen Johan Oenijnckijnck und Mijrdt Brurijnck hebben die hoffluijden geschickt an Johans vader und an die hilixluijden die dair bij an und aver gewest sijnt. | Family: Johan Onnekijnck / Grete (F8411)
|
| 3042 | In het hofboek van 1507 staan vermeld: Henrich ten Boemvelde Heijle sijn huijsfrouwe. | Family: Henrick ten Boemvelde / Heijle (F8419)
|
| 3043 | In het hofboek van 1523 staat: Desse Grete Lijnthems sup. ijs verwesselt und overgegaijn in den hoff to Mijste vor Herbert Holthuijs wijff dije weder hort in den hoff then Ahoff. | Family: Johan to Lijnthem / Grete (F1616)
|
| 3044 | In het hofboek van 1525 staan zijn als Johan Lijnthem Grete mater, dit is waarschijnlijk een verschrijving. | Family: Johan to Lijnthem / Grete (F1616)
|
| 3045 | In het hofboek van 1529 staat: Egbert ten Kreijll Lijse uxor Gude filia. Hofboek 1535: Anno XXI (1521) Egbert ten Kreijll wonende up dessen guijt sal in xiiii daeghen komen und betalen sijn gerechticheijt beijde Jonchern und Drosten und sich dan ingelijderen lathen nae havess rechte hort in den hoff to Mijste Lijse sijn huijsfrouwe. | Family: Egbert Tesijnck / Lijse ten Kreijll (F8465)
|
| 3046 | In het hofboek van 1618 staat Johan Tenckinck, Geese uxor obijt hefft vier onberadene dochters nagelaten. | Vijths, Geese (I21039)
|
| 3047 | In het hofboek van 1630 staat: Johan Tenckinck obijt pauper. | Tenckinck, de Jonge Johan (I21038)
|
| 3048 | In het hofboek van 1676 staat er 'obijt' achter zijn naam. | Bennekijnck, Hendrick (I5804)
|
| 3049 | In het hofboek van Bredevoort komt in 1506 voor: Hermen Stoteler Dirx sijn moder Naele sijn suster. Tevens staat er in dat jaar: Tho gedencken den concordijen [overeenkomst] tusschen Johan Smedijnck und Hermen Stoteler. | Stoteler, Hermen (I30990)
|
| 3050 | In het huwelijkscontract van dochter Griete staat dat zij geld krijgt van haar moeder Naele Hunders en haar broers Henrich und Jan Hunders. 5 juli 1613: Naele Honders wed. van Henrick Honders met haar broer Johan Oissminck is schuldig aan Dierick Bemer, zoon van Johan Bemer en Gertken, 390 dl 15 st. uit drie obligaties, door zl. Geerdt Honders en zijn vrouw Willem aan Johan Bemer en Gertken, Dericks olderen, uitgegeven in 1570 en 1578; zij geeft nu in onderpand twee stukken land in Hondersgoed in Cathen, gend. het Telgen Stuck en die Honders hoeck; zij verkoopt in pandschap aan (haar boroer) Johan Oissminck met Trijne een stuk land in Hondersgoed gehorig gend. dat Haecken stuck in de Oissminck esch (alles afgelost in 1628). RA Bredevoort 75 f 212v, 213v Bron: Kwartierstaten Greidanus-Jaeger in stamreeksen. | Family: Henrick Honders / Naele Oissminck (F7764)
|
